De strijd tussen zingeving en vervreemding

Van de achterflap

In werkend Nederland woedt al decennia lang een stille Kantoorlog die vele slachtoffers eist. Een miljoen Nederlanders mag, kan of wil niet meer werken. Velen van hen zijn ziek en uitgeblust. In dit boek wordt verteld en verklaard wat er mis gaat in Kantoren en hoe Kantoorbewoners daar ongelukkig van worden. Hoe zij klagen, zich beklagen en elkaar aanklagen. En vooral: waarom ze het in stand houden.

Beeld op de voorkant van Kantoorlog met toestemming van de Erven Magritte

René Magritte – Le Cicérone (1947)

Dit boek is een aanklacht tegen ongeluk in organisaties. Er wordt aangetoond dat het niet ‘gewoon’ is wat er gebeurt in Kantoren, dat niet ménsen maar organisaties arbeidsongeschikt zijn. De bedoeling van dit boek is dat Kantoorbewoners en Kantoorbezoekers de Kantoren waar ze verblijven weer ‘vreemd’ gaan vinden. Met de verbazing, eventueel de schrik, begint namelijk de strijd tegen vervreemding. Kantoorbewoners kúnnen ontsnappen uit de absurditeit die hun eigen maaksel is, ook al voelen zij zich soms krijgsgevangen in de Kantoorlog.

Er wordt in dit boek gezocht naar oplossingen, naar ontsnappingsrichtingen. In de tweede helft van het boek wordt een soms onvermijdelijke, soms absurde, soms overwachte toekomst geschetst. De organisatiekunde staat nog met één been in het oude millenium: het wordt tijd een pootje bij te trekken. De opdracht voor managers en adviseurs is om nu eindelijk werk te maken van zingeving en bezieling in het werk. De opdracht voor Kantoorbewoners is de eigen verantwoordelijkheid te nemen en te begrijpen dat klagen een keuze is. De tijd is er meer dan rijp voor.

Martijn Vroemen werkt als adviseur op het gebied van mangement- en organisatieontwikkeling, leervragen in organisaties, cultuurbeïnvloeding en teambegeleiding – www.martijnvroemen.nl

Uitgave van Scriptum Management, november/december 2005 / 270 pagina’s hard-cover

Uit het dankwoord

Steeds als ik over de Kantoorlog sprak gaf bijna iedereen blijk van grote herkenning. Dit kan betekenen dat ik met een triviaal verhaal op de proppen kwam, maar mijn gevoel zei iets anders. En hoe meer gesprekken ik voerde, met klanten, collega’s, familie en vrienden, hoe duidelijker het mij werd dat ik dit verhaal niet alléén hoef te vertellen. Door met anderen te praten spiegelde dit boek en de totale inhoud ervan zich in anderen: ik vertelde iets wat er op dat moment in mij opkwam, en mijn gesprekspartners begonnen mee te vertellen. Zij droegen bronnen aan en associeerden mee. Ze deelden ervaringen en gaven mij moed. Een les die ik bij het scheppen van dit boek heb geleerd is dit: ik hoef niet alles te weten, mijn netwerk weet alles…

achterkantklein