AANEEN, april 2006 – ‘Panklare oplossing bestaat niet’

Adviseur schrijft aanklacht tegen ongeluk in organisaties

Vergeet ‘Debiteuren, crediteuren.’ Het kantoorleven is niet gemoedelijk. In veel organisaties heerst Kantoorlog, schrijft adviseur Martijn Vroemen in zijn gelijknamige boek.

Kantoorlog. Het klinkt dreigend. En dat is het ook, zegt Martijn Vroemen, organisatieadviseur en partner bij Twynstra Gudde. In kantoren, binnen bedrijven en overheden, zijn mensen doodongelukkig. Werknemers worden veelal overvallen door nieuwe verandertrajecten, voelen zich niet serieus genomen en moeten te vaak zinloos werk verrichten waar ze geen erkenning voor krijgen Het gevolg: ze verworden tot klagerig slachtoffer. Geen wonder dat er zoveel ziekteverzuim is in Nederland.

Maar waarom een boek daarover? “Ik was verontwaardigd”, aldus Vroemen. “Bij zoveel bedrijven en overheden waar ik over de vloer  kwam was het verschrikkelijk. Zo kon het niet langer.” Dat er al verschillende andere boeken in dat genre bestonden, was geen probleem, vond Vroemen. “Mijn boek belicht het probleem van meerdere kanten en is niet schreeuwerig.. Bovendien geef ik geen panklare oplossingen, die bestaan voor dit probleem namelijk niet.”

Misschien is dat dan de reden dat de voorstellen voor verbetering, die Vroemen in de laatste hoofdstukken van Kantoorlog beschrijft, omslachtig geformuleerd zijn. Ook ontkomt de schrijver niet altijd aan de verleiding toch jargon te gebruiken. Neem het hoofdstuk over het nastreven van duurzaamheid als wapen tegen vervreemding. Wat betekent dat concreet? Vroemen: “Kijk niet naar het korte-termijndoel maar denk ook eens aan wat een beslissing betekent voor ondergeschikten. Als er bijvoorbeeld een overname aankomt, is het belangrijk te zorgen dat de Kantoorbewoners zich daarna nog happy voelen op hun werkplek.”

Verder geeft de schrijver tips hoe Kantoorbewoners zelf iets aan hun uitzichtsloze situatie kunnen doen. Stoppen met klagen bijvoorbeeld. “Kijk met nieuwe ogen naar je werkomgeving. Maak er iets van.” Vroemen: “Ik heb al van diverse mensen gehoord dat dit soort aanbevelingen eyeopeners waren. Bovendien geeft herkenning ook erkenning.”

Maar de meerwaarde van Kantoorlog zit in de reportage-achtige beschrijvingen van kantoorsferen (“de kamer is een mix van kantoormeubelen, koffie en de restanten van aan de gang zijnde of voorbije veranderprocessen.”) en de manier waarop Vroemen de kantoorellende in historisch, literair en psychologisch perspectief plaatst. Hij haalt Kafka erbij, Charly Chaplin en de apentheorieën van bioloog Frans de Waal.

“De ellende zal ooit zo groot worden dat kantoren niet verder meer kúnnen”, voorspelt Vroemen. “Nu al zijn er organisaties of afdelingen daarvan waarin er alleen maar geklaagd wordt en niet meer gewerkt. Daar moet iets veranderen. Alleen, het moet rustig aan gebeuren. Want de problemen zijn zo complex, dat het niet zomaar ineens op te lossen is.”

Geef een reactie