Binnenberijk – Deserteren uit de loopgraven van de ‘kantoorlog’

‘Er is iets mis met de manier waarop we vormgeven aan werk. Duizenden mensen bewegen zich dagelijks naar doodse gebouwen om zich daar een aantal uren met weinig bezieling aan een taak te wijden. En als zij weer thuiskomen hebben zij iets gedaan, zijn zij moe, maar niet voldaan…’ Prikkelende woorden uit de koker van Martijn Vroemen, partner adviesgroep Organisatieontwikkeling bij Twynstra Gudde. Een gesprek over de ‘kantoorlog’ die al tientallen jaren vele slachtoffers maakt.

Bovenstaand citaat is te vinden in het boek Kantoorlog. De strijd tegen zingeving en vervreemding dat eind 2005 verscheen. ‘Het is eigenlijk een optelsom van al mijn ervaringen tot dan toe’, vertelt Martijn Vroemen. ‘Ik heb de afgelopen jaren als adviseur diverse opdrachten gehad bij grote organisaties, zoals banken, verzekeringsmaatschappijen en ministeries. Dat zijn stuk voor stuk complexe organisaties waar veranderingen en reorganisaties eerder regel dan uitzondering zijn. Het maximum aan veranderingen is onderhand bereikt. Met ver strekkende gevolgen: medewerkers zijn niet alleen verandermoe, maar ook murw. Meer ongelukkig dan gelukkig sjokken ze naar hun werk om weer een verandertraject in te gaan. Totdat ze uitgeblust thuis blijven: kantoorlogslachtoffers.’

Beste intenties

Het idee voor een boek was snel geboren. Vroemen: ‘Het is deels een aanklacht tegen het ongeluk in de organisatie en al het gemopper en geklaag daarover. Maar bovenal probeer ik in het boek te verklaren waarom werkend Nederland in deze situatie beland is en wat volgens mij de oplossingsrichting is waarin we moeten denken. Daarbij blijft een beschuldigende vinger achterwege. Deze kantoorlog is met de beste intenties ontstaan. Mensen creëren niet bewust organisaties waarin het personeel zich ongelukkig voelt.

Sprookjes

Veel van die intenties worden gevoed door het geloof in corporate sprookjes die Vroemen wenst te doorprikken. ‘Zo is er bijvoorbeeld het sprookje van het vijanddenken. Managers legitimeren hun veranderdrift door te stellen dat de omgeving vijandig is. Veel bedrijven leven in het paradigma dat de omgeving of gecontroleerd of gedomineerd moet worden. Of waartegen men zich moet beschermen. Terwijl die omgeving een inbedding is, die voedend of vriendelijk kan zijn. Ook sommige onderdelen binnen het Rijk maken zich schuldig aan vijanddenken. Daar overheerst de gedachte dat burgers lastpakken zijn en niet de doelgroep waar je het juist allemaal voor doet, waar je het beleid op afstemt. Daar kunnen nog heel wat denkslagen gemaakt worden. Daarnaast is er ook nog het sprookje van het Groter is Beter denken. Dat eeuwige vooruitgangsdenken is een doel op zich geworden. Het waarom van veranderen is niet meer belangrijk. Groter, beter, sneller: daar gaat het om.

Niet de mensen, maar de organisaties zijn arbeidsongeschikt

Arbeidsongeschikt

Nog een sprookje: de gedachte dat mensen arbeidsongeschikt zijn. ‘Er moet heel wat aan de hand zijn wil iemand echt niet meer kunnen werken. Alle mensen kunnen in principe iets maken, iets produceren. Het feit dat deze mensen niet zouden passen in de organisaties die wij maken, wil niet zeggen dat ze arbeidsongeschikt zijn. Dat maakt juist die organisaties ongeschikt. Wij definiëren taakomschrijvingen, zetten daar beoordelingscriteria op, creëren een cultuur, een omgeving waarin mensen moeten functioneren. Als mensen die cultuur of omgeving niet zien zitten, maakt dat hen in mijn ogen juist heel gezond. Want die werkomgeving is eigenlijk heel vervelend. Je mag niet zijn wat je bent, je wordt op je huid gezeten door je baas die onduidelijke opdrachten geeft, je wordt gepest door collega’s, je maakt beleid waarvan je nooit ziet dat het daadwerkelijk uitgevoerd wordt, je raakt het contact met je doelgroep kwijt. En ondertussen overspoelt je agenda met vergaderingen en allerlei bezigheden waarvan je het nut niet inziet. Het lijkt me juist heel gezond als je daar op afknapt.’

Virtualisering & vervreemding

Er is heel wat mis. Geen wonder dat ruim één miljoen mensen ziek en uitgeblust thuis zitten. De bedrijven zijn daar zelf debet aan. ‘Er zijn verschillende oorzaken te bedenken. Het gros daarvan stijgt op uit de maatschappelijke context waarin organisaties zich begeven. Een belangrijk probleem is bijvoorbeeld de toegenomen virtualisering van het werk. De echtheid van het werk, van de dagelijkse contacten en relaties, is ontzettend aan het verdampen. Veel klanten worden achter websites en callcenters weggezet. De warme contacten zijn weg. Maar we verliezen niet alleen het contact met onze doelgroep. Ook de voeling met onszelf en de werkelijkheid raken we uit het oog. We vervreemden. Onze organisaties werken daar aan mee. Die laten ons doelen nastreven die helemaal geen doelen zijn. We krijgen ook aardig wat loze beloftes voor onze kiezen. Vertelt een directeur tijdens de nieuwjaarsreceptie dat het personeel het grootste kapitaal van de organisatie is, om vervolgens een jaar lang acties te ondernemen waaruit het tegendeel blijft. Tja, dan raak je het spoor bijster.’

Zingeving & bezieling

Daarnaast raken we ook de zingeving en de bezieling kwijt. ‘Dat komt doordat onze samenleving weinig houvast meer biedt’, legt Vroemen uit. ‘Er heerst een grote morele armoede. Er zijn amper ankers meer van wat goed en kwaad, wat wenselijk en onwenselijk is. Een simpel “dit is waar ik voor sta” of “dit is een visie waar ik warm van wordt” spreken we nauwelijks meer uit. Het heftige debat over normen en waarden dringt niet door de dikke muren van de organisatie heen. We spreken liever over structuren, prestatiecontracten, klachtgerichtheid. Het gesprek over zingeving is volledig ondergesneeuwd.’

Leve het individu

Vroemen somt nog enkele andere oorzaken op – zoals het ontstaan van de monocultuur (‘Organisaties zijn bolwerken van witte, blanke mannen tussen de 25 en de 45 jaar en vormen daardoor geen afspiegeling van onze samenleving’) – maar heeft ook oplossingen in petto. Geen panklare oplossingen overigens. ‘Daarvoor zijn de organisaties en hun problemen veel te complex. Die kun je niet in één keer fixen. Dat zou ook niet goed zijn, want juist daardoor roep je veel ellende op je af. De kantoorlog eindig je niet met een actieschema van vijf bolletjes. Ik heb het ook liever over ontsnappingsrichtingen. Allereerst moeten we de heersende sprookjes doorprikken. Verder moeten we veel meer ruimte bieden voor initiatieven, individualiteit, innovatieve denkkracht. Slimme medewerkers moeten zelf de verantwoordelijkheid nemen om de doenindustrie te veranderen in een denk- en creëerindustrie. We leven in een tijd van ongekende welvaart. Het bulkt van het potentieel binnen de kantoren, bedrijven en departementen van Nederland. We kunnen beslist meer dan alleen klagen. Laten we deserteren uit de loopgraven van de kantoorlog!’

Geef een reactie