CARP, 8 April 2006

Het is oorlog. En nog dicht bij huis ook: op kantoor. We klagen, zien elkaar klagen, laten anderen klagen… met als resultaat een miljoen oorlogsslachtoffers uitgeblust thuis op de beklaagdenbank. Kappen dus, nú. Was getekend: Martijn Vroemen.

Vroemen is schrijver van het boek Kantoorlog. ‘Duizenden mensen bewegen zich dagelijks naar doodse gebouwen om zich daar een aantal uren met weinig bezieling aan een taak te wijden. Als ze thuiskomen, hebben ze iets gedaan, zijn moe, maar niet voldaan. Ik wil vertellen wat er mis gaat in kantoren en hoe kantoorbewoners daar ongelukkig van worden. Hoe zij klagen, zich beklagen en elkaar aanklagen’, aldus zin eerste alinea.

Is het echt zo verschrikkelijk? Beetje klagen hoort erbij toch? ‘Het is veel beroerder dan we ons met z’n allen realiseren’, aldus Vroemen, in het dagelijks leven partner bij Twynstra Gudde Adviseurs en Managers. ‘Werknemers, managers én externe adviseurs zitten opgesloten in de klaagput, Ze klagen over alles en wijzen allemaal naar elkaar.’

De vraag: wat doen we eraan? Van quick fixes worden mensen alleen maar ongelukkig. Wel zijn er hoopvolle “denkrichtingen”. Zo moeten organisatie meer aandacht besteden aan het individu, ethiek, moraal en zingeving. Zodat werknemers niet langer verder vervreemden van hun bedrijf.’

Klinkt als een rijtje open deuren. ‘Ben ik het niet mee eens. Werknemers worden echt nog steeds als productiemiddelen gezien en ingezet, er wordt met afdelingen en mensen rond gesmeten alsof het lego is.’

Lastig voor die lego om dan ‘zo maar’ te stoppen met klagen…’Dat bedoel ik nu. Zo gooi je het hoofd in de schoot en wijs je weer met die vinger. Ook “gewone” werknemers kunnen nu al individueel beslissen hun werk leuker te maken. Mijn boek biedt daarvoor inspiratie, het is bedoeld als hartstochtelijk pamflet voor iedereen die zich in het verhaal herkent.’

Geef een reactie