Enkele recensies en commentaren

Volkskrant Banen, 04/04/06 – “Bij vlagen hilarisch”

Kantoorlog klinkt als een eigentijdse taalvondst, maar is het niet. Het is er een uit de onvermijdelijke jaren zestig, ruim dertig jaar geleden al in graffiti vereeuwigd in Amsterdam. Toch is het de toepasselijke en geenszins sleetse titel van een managementboek dat een bredere lezerskring verdient dan die beroepsgroep alleen. Al is iedereen natuurlijk manager van zijn eigen carrière. Martijn Vroemen , partner van adviesbureau Twynstra Gudde, schreef onder deze titel een bij vlagen hilarisch boek over het ongeluk van het kantoorleven. Vroemen wil aantonen dat niet mensen maar organisaties arbeidsongeschikt zijn. De bedoeling is dat Kantoorbewoners en Kantoorbezoekers de Kantoren waar ze verblijven weer ‘vreemd’ gaan vinden. Volgens hem is het kantoor ‘een subcultuur die bestaat uit jonge blanke mannen, die onherroepelijk leidt tot kantoorlog. ‘Minderheden’ als vrouwen, allochtonen of ouderen worden niet getolereerd. Een standaardoplossing voor dat probleem is er niet. Het gaat meer om bewustwording en de wil er iets aan te doen. Om individueel consequenties te trekken en ‘uit de vissenkom te springen’.
Waarom zou een kantoorbewoner dit boek dan toch moeten lezen? Als spiegel voor de dagelijkse werkelijkheid. Als blikopener. En voor degenen die ex-kantoorbewoner zijn, kan het een schok van herkenning zijn, en een bevestiging van hun eigen keuze. Bovendien ziet het boek er prachtig uit.

In Personeelsbeleid (31/03/2006) – ‘Baanbrekend’

Ongeluk in organisaties. Het monster waart onder ons en maakt dagelijks vele slachtoffers. We herkennen ze aan hun verloop, aan hun verzuim, hun gebrekkige motivatie en hun slechte prestaties. De auteur, een adviseur van Twynstra Gudde, stelt dat niet mensen maar organisaties arbeidsongeschikt zijn.

Het is vooral de voorstelling van zaken die prikkelt, en niet eens de inhoud. Die is niet nieuw namelijk. De foto’s in het boek – een volgepakte roltrap, schapen in een kooi, een hamster in een tredmolen – ze vertellen zonder woorden een heel herkenbaar verhaal. De kantooromgeving, waar bij uitstek kenniswerkers zitten, is te veel op resultaat gericht en te weinig op ontwikkeling. Daardoor smoort innovatie, is de communicatie warrig en tegenstrijdig en de omgeving zielloos. De auteur schets kantoorwerkers als een soort moderne slaven. Waar het aan ontbreekt in de organisaties is zingeving en bezieling. Organisaties moeten weer doelen hebben die verder reiken dan plat winstbejag en kortetermijndenken. Een klimaat scheppen dat toestaat dat medewerkers zichzelf met hun eigen idealen en ambities confronteren. Het is echt een fantastisch geschreven boek, pakkend, creatief, meeslepend, visionair. Alleen daarom al de moeite waard. Praktisch nut? Dat vroeg Spartakus zich gelukkig ook niet af.

In leren in ontwikkeling

Kantoorlog is een veelomvattend boek. In eerste instantie doet de achterflap vermoeden dat het lijkt op boeken als dat van Jaap Peters over de intensieve menshouderij, of andere werken met titels als: Beroepszeer (v.d. Brink e.a.), Liever Lui (Maier) etc. Daar heeft het ook wel wat van weg: de aanklacht is gelijk: dat organisaties ziekmakend kunnen zijn. Echter er zijn bij lezing ook veel verschillen, het boek leest als een roman met spannende hoofdpersonen, de kantoorbewoners en hun werkplek, de kantoren. Het boek bestaat uit vijf delen die zijn onderverdeeld in korte hoofdstukken. Bij deze hoofdstukken zijn illustraties geplaatst die verwonderen, mooi zijn en perfect passen bij de wereld en de beweringen die geschetst worden in het hoofdstuk. Elk hoofdstuk start met een bewering of stelling en aan het einde wordt de bewering of stelling omgezet in een conclusie of wens. Vroemen beschrijft de kantoren als instituten waarin klagen en veranderen constante factoren zijn. Hij besteedt ruim aandacht aan de geschiedenis van de organisatiekunde en plaatst dit in de tijd. Je vraagt je gedurende het boek wel steeds af of het nog goed gaat aflopen en dat doet het. Aan het eind van het boek komt de moraal, dat we zelf de keuze hebben om hiermee door te gaan of te stoppen met kantoorbewoner zijn.

Voor Knack België  – Verhalen van alledaagse waanzin

Door Luc de Dekker – Het kantoor is een slagveld, waarin absurditeit en repressie hand in hand gaan. Martijn Vroemen houdt managers én medewerkers een even hilarische als bittere spiegel voor.
U moet creatiever, enthousiaster, geëngageerder, communicatiever en teamgerichter werken. Maar u wordt wel afgerekend op het punctueel navolgen van de onbetwistbare directieven van de baas, op het halen van de almaar toenemende productiviteit en op uw individuele prestaties. Met andere woorden: zwoeg en zwijg.
Herkent u die werksituatie? Dan zult u lachen, gieren of… helemaal instorten tijdens het lezen van Kantoorlog. Misschien werkt het opvallend fraai vormgegeven, atypische managementboek van de Nederlandse consultant Martijn Vroemen wel als een troostende.
Kantoorlog lijkt dan ook verdacht veel op een verhalende versie van de notoire managementcartoon Dilbert , waarin Scott Adams de absurditeit van het management toont. Die vergelijking loopt evenwel mank. Terwijl Adams de draak steekt met het leven op kantoor, hanteert Vroemen vooral de spiegel. Het leeuwendeel van het boek beschrijft én verwijst.
Die nauwelijks te stelpen vloed van verwijzingen verraadt een ontzagwekkende eruditie en een scherp inzicht in management(blunders). Vroemen analyseert en becommentarieert met steun van mythen, romans, psychologie, biologie, kunst – de titels en verklaringen buitelen over elkaar heen. Zelfs sprookjes worden erbij gehaald.
Bij de observatie van een kostenreductie denkt hij zelfs aan de ouders van Hansje en Grietje: “Die hadden het óók niet makkelijk. Ze besloten zelfs hun hongerige veelvraten van kinderen in het bos achter te laten.” De kinderen worden gevangen genomen door een heks. Het beeld van Hansje die vetgemest wordt door de heks doet misschien inzien dat het uitbesteden van een afdeling elders behoorlijk wat winst oplevert.
Niet toevallig doemen de schrijver Franz Kafka en de surrealistische schilder René Magritte prominenter op. In Het proces van Kafka wordt een kantoorslaaf aangeklaagd en ter dood gebracht zonder dat er ooit een aanklacht is. De man verzet zich uiteindelijk niet meer, hij ondergaat de bureaucratie, de repressie, de – dodelijke – absurditeit. Op de schilderijen van Magritte merk je “hoe abnormaal het normale kan zijn, hoe subjectief de werkelijkheid is en hoe absurd de geest kan denken.”
Vroemen kiest zijn voorbeelden en referenties niet lukraak. Hij wil de vervreemding duidelijk maken en de moeizame, vaak vruchteloze zoektocht naar zingeving op het werk. Hij slaagt cum laude in de beschrijving van zijn these, geeft een aanzet tot een antithese, maar faalt in de synthese: de wijze waarop een organisatie dan wel moet draaien, komt niet bijster goed uit de verf.

Portacabin – 20/11/06 – “Een schitterend boek”

In zijn aangenaam leesbare ‘Kantoorlog’ beschrijft Martijn Vroemen het verval van de werkmoraal die hij in het Kantoorleven opmerkt. In werkend Nederland woedt, naar zijn inzicht, al jarenlang een Kantoorlog die vele slachtoffers maakt. Vele Nederlanders mogen, kunnen of willen niet meer werken. Velen van hen zijn ziek en uitgeblust. In dit boek wordt verteld en verklaard wat er misgaat in Kantoren en hoe Kantoorbewoners daar ongelukkig van worden.
Als basis en achtergrond hanteert hij situaties en inzichten die hij onderkende in zijn Nederlandse adviespraktijk. Martijn Vroemen is professioneel bezoeker van talloze kantoren en partner van het Nederlandse adviesbureau Twynstra Gudde.
Elk bedrijf lijkt tegenwoordig met veranderingen, verbeteringen en reorganisaties in de weer. Martijn Vroemen drukt ons daarbij met de neus op een probleem: ondanks de goedbedoelde ingrepen, vindt er een vervreemding plaats van de werknemer t.o.v. zijn organisatie.
De inhoud van het boek is navenant. Behendig loodst Vroemen ons in 41 korte hoofdstukken (precies evenveel als de leeftijd van de auteur) met soms alleszeggende illustraties door de ellende van de berusting, door burn-outs en ‘verandermoeheid’, door kantoor(over)leven, door de noodzaak van bezielend leiderschap, enz… Hij kaart daarbij net zo gemakkelijk het veranderoptimisme en de verslaafdheid aan verandering van het management aan, als hij zijn ongenoegen over het klaaggedrag van de werknemer daarbij uit. Hoe zij klagen, zich beklagen en elkaar aanklagen. En vooral: waarom dit alles in stand wordt gehouden?
Soms levert dat een moment van reflectie op: Kantoorbewoners kunnen ontsnappen uit de absurditeit van hun Kantooromgeving van zodra zij beseffen dat deze hun eigen maaksel is, en zij ervoor kunnen kiezen om mentaal zich niet langer de gevangene van hun eigen Kantoor te voelen.
Helaas blijft het boek grotendeels beschrijvend. Dat we duurzaam moeten ondernemen, dat we eerder moeten evolueren naar levenslange “inzetbaarheid” en af en toe onthaasten, en levenslang leren, dat weten we allen intussen wel. Echte “oplossingen” schetst de auteur nauwelijks. Hoewel hij wel een pleidooi houdt voor meer vrijheid in creativiteit, meer eerlijke openheid en vooral voor een zachtere vorm van verandering i.p.v. de momentele harde schoksgewijze “sprongen” die de meeste managers altijd wensen te maken.
Kortom, ‘Kantoorlog’ is een schitterend boek, bij wijlen belerend, frequent accuraat herkenbaar en vooral een boek om te (her)lezen. Martijn Vroemen schrijft boeiend, is belezen en onderlegd in de verschillende materies daarenboven verwijst hij naar vele andere werken en studies. Het gebruikt van een duidelijke en heldere lay-out, her en der opgesmukt door immer passende citaten, maakt dit boek letterlijk zijn gewicht in euro’s waard. Een aanrader voor Nederlandse én Belgische lezers! En wat een treffende titel! Kantoor log? Kantoor oorlog? Kantoorlog!

Recensie op cosmox.nl  – “…deels ontluisterend, deels perspectief gevend”

Door drs. L.B. Struijk – De auteur wil het verhaal vertellen over de  deprimerende situatie die zich in veel kantoororganisaties voordoet. Veel klagende mensen die geen verbinding met de organisatie of inspiratie in het  werk hebben, waardoor ze hooguit sociaal wenselijk tevreden zijn. De behoefte  aan zingevende arbeid staat in schril contrast met de slaafse houding in vaak  overgeorganiseerde bureaucratieën. In 42 hoofdstukken verdeeld over vijf delen  schetst hij achtereenvolgens zijn beschouwingen van het probleem, theoretische  noties, absurde invallen vanuit kunst en cultuur en oplossingsrichtingen. Die gaan in de richting van ‘onthaasting’ en van zwerven, bezielen. De lay-out is  strak en zeer verzorgd: elk hoofdstuk heeft een vaste vorm van zes bladzijden:  korte inleiding (duim omlaag), korte paragrafen, illustratieve kleurenfoto’s  (geen schema’s of modellen), quotes in de kantlijn en korte slotopmerking (duim  omhoog). Een beschouwend, deels ontluisterend, deels perspectief gevend boek  voor mensen die met afstand naar hun werk en organisatie willen kijken om  daarmee nieuwe wegen in te kunnen slaan.

PW Intermediair – 11/o2/06 – Kantoorklagers

Bij de huidige populariteit van weblogs doet een titel als ‘Kantoorlog’ wellicht iets heel anders verwachten. Maar met digitale dagboeken heeft dit werk niets van doen, integendeel. Het gaat auteur Martijn Vroemen hier om een hoger doel: het bestrijden van de zinloosheid en vervreemding die het moderne kantoorleven met zich meebrengt.
Behendig loodst Vroemen ons door de ellende van burnout, kantoorpolitiek en cynisme. Hij moppert daarbij net zo makkelijk over de veranderverslaafdheid van de hedendaagse manager als over het zelfbeklag dat de werknemer daarbij tentoonspreidt. Soms levert dat best momenten van reflectie op.
Waarom moeten in kantoor bijvoorbeeld ‘alle neuzen dezelfde kant op’, terwijl tegelijk gezegd wordt dat persoonlijke ontwikkeling cruciaal is? Kun je, wil je een creatieve en innovatieve organisatie zijn, niet beter alle neuzen een verschillende kant op proberen te krijgen?
Helaas blijft het vaak bij dit soort observaties. Oplossingen – voor zover überhaupt noodzakelijk – schetst de Twijnstra-consultant nauwelijks. Dat we duurzaam moeten ondernemen en af en toe onthaasten, dat weten we nu wel. Misschien is Vroemens boek idealistisch bedoeld, maar daarmee is het nog niet inspirerend. En laten we daar nou net naar op zoek zijn in een boek over zingeving.

Waarom lezen? Het moet gezegd: het boek ziet er schitterend uit, en is creatief opgezet, met 41 korte hoofdstukjes (precies evenveel als de leeftijd van de auteur) met foto’s. Bovendien schrijft Vroemen beeldend, en toont hij zich duidelijk belezen. En ach, dat het dan allemaal meer vorm dan inhoud is, dat hoeft een plek op de bestsellerlijst toch niet in de weg te staan?

Geef een reactie